15-10-2009
De bijeenkomst kan gezien worden als opmaat voor de Trenddag Glocalisation: think global, act local op 27 november in Rotterdam, georganiseerd door DWSI en Waternetwerk.
Doordat de problemen in de watersector (die mede in relatie staan tot uitdagingen in aanpalende domeinen) zo complex zijn geworden, worden oplossingen sneller bereikt wanneer kennis en ervaring worden gedeeld zonder onderscheid van wie welke inbreng komt (sociaal leren).
Sociaal leren werd nu ook toegepast op langetermijnvisie Verbindend Water. Het was zaak op zoek te gaan naar impliciete aannames van de watersector en om de visie kritisch daarop te analyseren. Dit om de visie zelf te versterken en om helder te krijgen hoe we die visie kunnen realiseren.
Motieven
Andrew Segrave stond in zijn inleiding stil bij het waarom van Sociaal leren. Hij wees er op dat we in de watersector steeds meer vraagstukken krijgen die zich kenmerken door complexiteit, onzekerheid en diverse perspectieven van waaruit er naar vraagstukken gekeken wordt. Voor Sociaal leren is het wel essentieel dat je je eigen veronderstellingen op tafel durft te leggen en bereid bent je te verdiepen in de veronderstellingen van anderen. Sleutelbegrip is dat je de vertrekpunten van anderen en van jezelf herkent en begrijpt.
Hier sloot Rob Wijnberg bij aan. Zijn bijdrage bestond voornamelijk uit het blootleggen van verborgen aannames in iemands visie of in de visie Verbindend Water. Dat gebeurde onder meer door de waarom-vraag te stellen bij ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden. Hierdoor worden de motieven van mensen en organisaties helderder en kun je beter uitleggen waarom je iets vindt of doet.
Dialoog
Hans van der Eem benadrukte in zijn inleiding dat de Lange termijnvisie op de Waterketen een gezamenlijke visie vanuit de watersector is die als doel heeft om richting te geven, te inspireren en te verbinden. Hij gaf aan dat de huidige waterketen goed is, goedkoop, comfortabel, veilig, zeker enz. Maar: functioneert de waterketen efficiënt genoeg als we die keten opnieuw zouden uitvinden? Hij merkte op dat voor de uitvoering van het werk regionale coalities essentieel zijn, maar dat ons professionele netwerk eenzijdig is ontwikkeld. Technisch hebben we de zaak wel op orde (beheersmatig, omgaan met onzekerheden), maar er is weinig drive tot innovatie.
In een dialoog tussen Rob Wijnberg en Hans van der Eem wees Rob Wijnberg op enkele impliciete aannames in de visie, zoals dat alles samen moet en dat er vooruitgang moet zijn, en hij vroeg zich af of de watersector een algemeen belang en een verbindende kracht heeft voor de langetermijnvisie. Volgens hem kun je zeggen dat de noodzaak, het belang van de waterketen, zo evident wordt gevonden dat het niet meer gezien wordt. “De watersector is klaar, wat moeten we nou nog?” Hij vindt dat het antwoord gevonden moet worden in creativiteit en out of the box denken.
Opdrachten
De tweede helft van de bijeenkomst bestond uit het in kleine groepjes uitwerken van twee opdrachten en daarover rapporteren. De opdrachten waren bedoeld om een betere onderbouwing van de toekomststrategie van de watersector te verkrijgen.
Voor de eerste opdracht kreeg iedere groep een stelling mee (impliciete aanname uit de visie), met als opdracht om die aanname zeer kritisch tegen het licht te houden. De stellingen waren:
1 Verbinden, alle partijen moeten samenwerken.
2 De mens centraal in toekomstvisie.
3 We moeten vooruit, stilstand is achteruitgang.
4 Het is niet genoeg dat water ‘belangrijk’ is, het moet ook (vooral voor jongeren) nog eens ‘leuk’ zijn. We moeten opleuken.
De tweede opdracht heette Van beeld naar foto. Hierbij moesten de groepjes aan de hand van mijlpalen voor woningen een tijdlijn opstellen voor de realisatie van de langetermijnvisie. Hoe kunnen huizen en woonwijken er in de toekomst uitzien? Wat zijn de kritische succesfactoren?
Rapportages
Uit de rapportages in plenaire zitting bleek dat de opdrachten voor veel discussie binnen de groepjes had gezorgd. Ook bleek daaruit dat er nog veel moet gebeuren. Zo zijn de doelgroepen van de toekomstvisie niet helder gedefinieerd en is niet de vraag beantwoord hoe we die bereiken. Verder kwam naar voren dat we onze licht moeten opsteken in andere sectoren (bijvoorbeeld de energiesector in relatie tot klimaatverandering) en aan boeren, burgers en buitenlui moeten blijven vertellen waarom we iets doen.
In de plenaire discussie kwam onder meer de vraag aan de orde wat de bedoeling van de visie is? Is het dé inspiratiebron voor de watersector? Of een wegwijzer? In de visie was bijvoorbeeld geen link met duurzaamheid. Wat is de prikkel tot verandering? Het probleem is dat er in de watersector geen probleem is en dat we toch verandering willen door verleiding. Praktisch gesproken zou de sector een onderzoeksagenda kunnen opstellen, gekoppeld aan energie en bodem, en de voortgang daarvan bewaken/richtingen bijstellen.
Algemeen werd geconcludeerd dat er nog veel moet gebeuren binnen de watersector voor een breed gedragen en heldere toekomstvisie en dat de drive om dingen anders te doen, nog steeds niet scherp is. Wil je ook meedenken over de toekomststrategie van de watersector? Kom dan op 27 november naar de Trenddag in Rotterdam met als thema Glocalisation: think global, act local.