
25-09-2009
Najaarscongres: boeiende en inspirerende bijeenkomst
Weliswaar waren er slechts 60 deelnemers aan het Najaarscongres, maar de thuisblijvers hadden ongelijk. Allereerst was er een boeiende toespraak van Piet Jonker, directeur van Dunea. Hij ging in op het kabinetsbeleid, de miljoenennota en de stevige verwijten van de oppositie aan het kabinet dat het geen visie en daadkracht zou hebben. Volgens Jonker is niet ingrijpen verstandig totdat er een daadwerkelijk economisch herstel is opgetreden. “Zelfbeheersing mag niet worden verward met besluiteloosheid.” Maar hij had wel kritiek op het kabinet, omdat het geen duidelijke keuze heeft gemaakt omtrent de verhoging van de AOW-leeftijd. Hij vermoedt dat die verhoging meer is ingegeven om de onvoltooide discussie over het ontslagrecht in een nieuwe fase te brengen.
Zijn belangrijkste boodschap echter betrof de grote bezuinigingen die er onvermijdelijk aankomen. In het grote maatschappelijke debat dat hierover zal losbarsten, moeten de watermensen zich laten horen. Ze moeten de discussie niet overlaten aan de traditionele lobby- en actiegroepen. Door de krimp van de economie van 9 % is de ruimte voor collectieve uitgaven navenant kleiner geworden. Door 20 ambtelijk commissies in het leven te roepen die op zoek moeten gaan naar bezuinigingen van 20 %, speelt het kabinet een kaart die we al sinds de Romeinen kennen: verdeel en heers. Jonker vindt dat watermensen zich actief aan deze discussies moeten meedoen, om te voorkomen dat er te makkelijk over water wordt beslist zonder kennis van zaken. Hij riep op om met name de werkgroepen Leefomgeving en natuur, Mobiliteit en water en Openbaar bestuur goed te volgen.
Opheffing van provincies en waterschappen
Hij wees er op dat er één slachtoffer is gevallen in het waterdossier. Was bijna iedereen een jaar geleden enthousiast toen het rapport van de Tweede Deltacommissie verscheen (de commissie Veerman), en over de snelheid waarmee het kabinet een Deltafonds toezegde met een jaarlijkse voeding van € 1 miljard vanaf 2012, nu is er de ontnuchtering. Van de 1000 miljoen heeft het kabinet een nulletje geschrapt, waardoor er 100 miljoen overblijft die alleen besteed zal worden aan zandsuppleties aan de Nederlandse kust. Daarnaast wees hij er op dat Nederland in vergelijking met andere landen in Europa weinig geld uitgeeft aan onderzoek en ontwikkeling (kennis en innovatie). Dat neemt niet weg dat er volgens hem kansen liggen om van de beschikbare gelden gebruik te maken.
Jonker nam een voorschot op een mogelijk voorstel van de ambtelijke werkgroep Openbaar bestuur: een voorstel voor de opheffing van de provincies en de waterschappen en die in te ruilen voor een stuk of vijf regionale autoriteiten die zich richten op de hoofdlijnen van de ruimtelijke ordening en het verkeer- en vervoersysteem. Dit zou volgens hem een nieuwe Bataafse revolutie betekenen. Hij memoreerde dat de eerste versie daarvan zich in 1798 afspeelde “toen Nederland een eerlijker bestuur moest krijgen door er een eenheidsstaat van te maken met departementen van bestuur, de huidige ministeries, tot gevolg. Toen werd ook geprobeerd om een einde te maken aan de waterschappen door het oprichten van een Bureau voor Waterstaat, het huidige Rijkswaterstaat. Wordt dat nu afgemaakt?” Zijn conclusie was dat er het komende jaar veel op het spel staat (wellicht zelfs een nieuwe Bataafse revolutie) en dat watermensen bij de les moeten blijven.
Vervolgens ging Peter van Rooy van het programma NederlandBovenWater in op de kansen en taken voor watermensen op het vlak van gebiedsontwikkeling. Zijn stelling is dat gebiedsontwikkeling een logisch gevolg is van integraal waterbeheer. Hij gaf eerst een historisch overzicht over de beleidsmatige gescheidenheid van waterkwantiteit en waterkwaliteit. Een overzicht dat eindigde bij het concept-Nationaal Waterplan waarin gebiedsontwikkeling met name wordt genoemd. Hij wees er op dat het programma NederlandBovenWater nu een boekwerk presenteert waarin 40 ruimtelijke projecten met water worden beschreven.

Marc Lammers
Toen was het de beurt aan Marc Lammers, voormalig bondscoach van het Nederlandse dameshockeyteam. Hij maakt duidelijk dat we om betere resultaten te boeken, anders moeten gaan denken en niet moeten aarzelen om dit in praktijk te brengen. Zonder training boek je immers geen vooruitgang. En vooruitgang heeft het Nederlandse dameshockeyteam de afgelopen jaren geboekt. Negen jaar geleden werden ze derde op de Olympische spelen, vijf jaar geleden 2de en vorig jaar wonnen ze de gouden plak. Om zover te komen, hebben hij en zijn team een lang en zeer intensief traject afgelegd. Daarin stond centraal dat ieder detail telt, je open moet staan voor verandering en dat ieder probleem een uitdaging is.
Volgens hem is het heel makkelijk om je te verschuilen achter smoesjes als iets niet lukt. Het zou niemand verbaasd hebben als Nederland in Peking niet-optimaal had gepresteerd vanwege de benauwdheid en de smog. Maar een werkbezoek aan Peking met dokters, militairen en mensen van TNO in 2007 leidde onder meer tot het wereldberoemde ijsbad waarin de speelsters gingen waardoor ze sneller herstelden. Marc Lammers: “Ieder voorstel tot verandering en innovatie leidt altijd tot weerstand. Die moet je verstandig overwinnen. En iedere toepassing van een innovatie leidt altijd tot kinderziektes. Ook deze moet overwonnen worden voor een goed resultaat. Door slimmer en creatiever te worden, kom je verder.”
Hij heeft in zijn acht jaar als bondscoach niet geschroomd om te rade te gaan bij mensen die hem iets konden leren. Zo kwam hij erachter waarom de teambesprekingen waarin hij vertelde wat de speelsters moesten doen en wat er fout ging, zo bitter weinig resultaat hadden. Hij leerde dat mensen onthouden:
10 procent van wat ze horen
35 procent van wat ze zien
55 procent van wat ze zien en horen
70 procent van wat ze zelf zeggen
90 procent van wat ze zelf zeggen en mogen doen
Allemaal zesjes
Eén van de conclusies hieruit is dat wanneer mensen (medewerkers en burgers) zelf een plan mogen bedenken zij zich ook hard maken voor de uitvoering daarvan. Mensen betrekken bij de planvorming leidt tot betere resultaten. Daarnaast moeten we afstappen van de denkfout om veel energie te stoppen in het verbeteren van iemands zwakke punten. Als je dat doet, krijg je allemaal zesjes. Het is veel beter om je te richten op het versterken van iemands sterke punten. Dit leidt tot meer zelfvertrouwen waarbij de zwakke punten bijna als vanzelf ook minder zwak worden.

Na de lunch werd de winnaar van de Waternetwerk Scriptieprijs bekend gemaakt. Dat bleken er twee te zijn: Nadine Tchetkoua Wacka en Wikke Novalia. Zie voor meer informatie hierover elders op de Nieuwspagina.
Een groot deel van het middaggedeelte stond in het teken van Ja maar… Iedereen weet zó een handvol smoesjes te benoemen om vernieuwing tegen te houden. Twee acteurs/scherpstellers lieten door verhelderende verhalen en sketches horen en zien dat we veel problemen niet of verkeerd oplossen, omdat we feiten als een probleem definiëren. Door vervolgens rechtlijnig te denken op basis van een verkeerd startpunt komen we er niet uit. We ervaren feiten als een probleem, bijvoorbeeld wij komen niet in de file, we zijn de file. En doordat problemen tegenwoordig vaak complex van aard zijn, wordt de oplossing moeilijker als we niet anders tegen het probleem gaan aankijken. In zulke situaties moeten we buiten de box gaan denken, geen ja maar…. , maar ja en.
We moeten van een probleem een mogelijkheid maken. Dit “omdenken” is voor heel veel mensen moeilijk, omdat we massaal in de Ja-maar-stand geprogrammeerd staan. En we denken dat de ander het probleem is en wijzelf de oplossing zijn. Via sketches, spelvormen en indringende vragen werden de deelnemers zich hiervan bewust gemaakt. Maar uiteindelijk was er dan toch de borrel na afloop van het programma. Een uitgebreid fotoverslag van het Najaarscongres staat in het submenu Foto’s onder Nieuws.