Nieuw onderzoek naar lage aandeel vrouwen in de watersector
11-09-2009
Voor dit nieuwe onderzoek heeft het PVW begin september enquêteformulieren gestuurd naar alle waterschappen en waterbedrijven. Doel van dit onderzoek is om harde getallen te krijgen die het onderbuikgevoel bevestigen of liever nog ontkrachten. Maar met wat de vrouwen van het PVW dagelijks om zich heen zien, is het nog maar de vraag of de positie van vrouwen in de watersector sinds het vorige onderzoek is verbeterd. En dan gaat het om het lage percentage hoogopgeleide vrouwen, het aandeel vrouwen in het topmanagement van de watersector dat significant lager is dan in andere sectoren, om de doorstroombelemmeringen voor vrouwen in de watersector die hoger zijn dan in andere sectoren en om het feit dat vrouwen in de watersector minder verdienen dan hun mannelijke collega’s.
Kortom, de vraag dringt zich op waarom de positie van vrouwen in de watersector zoveel achterblijft bij andere sectoren en waarom het zoveel moeite kost om die positie te verbeteren. Martine van den Boomen, Petra Holzhaus en Hilde Prummel van het PVW hebben daar geen volledige verklaring voor, maar wijzen wel op factoren die een onderdeel vormen van die verklaring. “In de interviews die vijf jaar geleden zijn gehouden met directeuren van waterschappen en van waterbedrijven komt een beeld naar voren dat er bij het opvullen van vacatures vrijwel geen vrouwelijke kandidaten zich aanmelden. Directeuren geven ook aan dat in hun organisatie geen belemmeringen zijn voor vrouwen, maar dat het aan de vrouwen zelf zou kunnen liggen. Zij zouden minder ambitie hebben, minder voor zichzelf opkomen en hun prioriteit meer bij hun gezin leggen. Misschien voor een deel terecht, maar wij begrijpen dan nog steeds niet waarom de verschillen met andere sectoren zo groot zijn. Wij denken dat de watersector ook meer naar zichzelf mag kijken.”
Overtuigingen
Zij wijzen er op dat in de adviessector het aandeel hoogopgeleide vrouwen gemiddeld zo’n 20 procent bedraagt. Daar steken de eerder genoemde drie en vijf procent dus maar karig tegen af. Martine van den Boomen: “Van oudsher is de watersector een mannenwereld. En je ziet toch vaak dat onbewust mannen voor mannen kiezen. Vrouwen kiezen zelf ook minder voor de watersector, omdat nu eenmaal niemand graag tot een minderheid behoort. Ik denk dat de watersector pas aantrekkelijk voor vrouwen wordt als ongeveer 30 procent van het personeelsbestand vrouw is. Maar het zal nog lang duren voordat het zover is, nog tientallen jaren vrees ik.”
De vrouwen van het PVW wijzen er op dat zij in hun werkomgeving een hoge uitstroom van vrouwen uit de watersector zien. “Die gaan naar andere sectoren of soms gaan ze totaal iets anders doen”, zegt Petra Holzhaus. “Via de enquête willen we daar meer zicht op krijgen. Als ons vermoeden bevestigd wordt, is het voor ons ook niet meteen duidelijk wat wij daar als platform aan kunnen doen. Wij zullen ons daarop beraden. In het verleden hebben we netwerkbijeenkomsten georganiseerd, maar na een enthousiast en inspirerend begin, ebt dat toch weg. Daarnaast zien we dat vrouwen niet graag in een aparte positie als ‘vrouw in de watersector’ gedrukt willen worden. Ze zijn gewoon met hun werk bezig en niet met het feit dat zij vrouw zijn.”
Vergrijzing
Hilde Prummel: “Gezien de hoge uitstroom van mannen uit de watersector die met pensioen gaan binnen enkele jaren en de beperkte instroom van jongeren, wordt het creëren van aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden in onze sector waarschijnlijk best een spannend onderwerp de komende jaren. Dan zal nadrukkelijk de vraag gesteld moeten worden waarom er wel genoeg talentvolle vrouwen rondlopen die liever niet voor de watersector kiezen. En is nu wel een campagne om meer jongeren in de watersector te krijgen, maar hoe hou je ze vast als de doorstroommogelijkheden zo beperkt zijn? Dan zijn ze zó weer weg. Wij vinden dat de watersector als geheel meer kritisch naar zichzelf moet kijken, zodat die sector aantrekkelijk wordt en blijft voor vrouwen en jongeren.”
Naar verwachting zijn de resultaten van de enquête in december bekend.