
21-09-2010
Op 23 en 24 augustus vond in Amsterdam het tweedaagse internationaal congres plaats Watercities in transition, European cities of the future. Veel toonaangevende sprekers uit het buitenland deelden hun ervaringen over het omgaan met klimaatverandering als het gaat om stedelijke inrichting. Voor de ruim 70 toehoorders viel er veel op te steken.
Iemand met een lange staat van dienst op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling in combinatie met een ingewikkeld watervraagstuk, is Erik Pasche uit Hamburg. In zijn bijdrage over overstromingsbestendige stedelijke ontwikkeling maakte hij duidelijk dat de multidisiplinaire aanpak in Hamburg ontstaan is uit economische noodzaak (geldgebrek). “Integraal denken is erg belangrijk als je praat over succesvolle klimaatadaptatie. Watermensen, ruimtelijke ordenaars, economen en klimaatwetenschappers moeten samen werken op het gebied van scenario’s en modellen. De mogelijke extremen moeten onder ogen worden gezien, maar ook de onzekerheden. Op weg naar een goed veerkrachtig systeem moeten er no regret maatregelen genomen worden. Ook kennisuitwisseling met diverse universiteiten in Europa is belangrijk.” |
De Nederlandse referent van Pasche was Chris Zevenbergen van Dura Vermeer. Het was hem opgevallen dat Pasche, van huis uit ingenieur, de afgelopen jaren was opgeschoven richting sociale wetenschappen. En dat Hamburg gedwongen was op lokale schaal een oplossing te zoeken. In Nederland staat de nationale aanpak voorop. Verder betreurde hij het dat gemeenten in Nederland niet echt willen experimenteren op het gebied klimaatadapatie en stedelijke ontwikkeling.
|
De Spanjaard Baldiri Salcedo Rahola, verbonden aan de TU Delft, ging in op de aspecten hitte en droogte in het stedelijk ontwerp in |
|
Spanje. Allereerst wees hij op de effecten van hitte, zoals meer sterfgevallen en meer luchtvervuiling. Om die effecten tegen te gaan, is aandacht voor schaduw, absorptie van hitte en efficiënte koeling belangrijk. Bij absorptie moet je denken aan de toepassing van andere bouwmaterialen en andere kleuren van gebouwen. Uitgangspunt hierbij is dat overdag de hitte geabsorbeerd wordt en ’s nachts wordt vrijgegeven. Groene daken en grasvelden helpen hierbij, maar het meest effectief zijn bomen op straat. Ook werken meerdere kleine parken beter dan één groot park. Voor efficiënte koeling is het toelaten van wind tussen huizen en gebouwen belangrijk. In veel VINEX-wijken in Nederland is dat moeilijk, vanwege de uniforme bebouwing en stratenplan.
De Nederlandse
|
|
referent Govert Verhoeven van Deltares wees er op dat Rotterdam een ambitieus project heeft om zich te wapenen tegen klimaatverandering. Zo wordt er onderzoek gedaan naar hittestress en naar de effecten van oppervlaktewater in de stad. Ook andere steden, zoals Tiel, Nijmegen en Arnhem, ontwikkelen initiatieven op dat vlak. Vanuit de zaal werd opgemerkt dat het in Japan sinds lang de gewoonte is dat bewoners water op straat sproeien voor hun huis. Dit heeft een aanmerkelijk effect op verlaging van de temperatuur, soms wel met tien graden.
Edogawa City
|
Veel aandacht was er voor de bijdrage van Nobuyuki Tsuchiya van Edogawa City in Japan. Hij legde uit hoe Edogawa City, een laaggelegen dichtbevolkte stad aan zee en ingeklemd tussen grote rivieren, de strijd aan is gegaan tegen overstromingen. Van de 17de tot halverwege de 19de eeuw was er bijna elk jaar wel een overstroming. Wat nu te doen tegen de verwachte zeespiegelstijging, hogere afvoer van de rivieren en niet uit te sluiten typhoons? De noodzaak tot ingrijpen is erg hoog. |
|
Centraal in de gekozen aanpak staat de aanleg van zogenoemde superdijken die het landschap grondig veranderen. Het gaat om zeer brede dijken (soms tot 250 meter breed) waarop bebouwing is gesitueerd. Deze dijken zijn niet alleen vanwege hun breedte effectief tegen dijkdoorbraken (vooral veroorzaakt door piping), maar ook omdat ze terrasgewijs zijn aangelegd. Wanneer er water over de dijk slaat, komt dat op straat te staan en vloeit naar een iets lager gelegen terras op de dijk, ongeveer 30 tot 50 meter verderop. Vandaar stroomt het water af naar een volgend terras en zo verder. Uiteindelijk stroomt het af op een plek waar het geen kwaad meer kan.
Een goed plan, maar hoe krijg je het gerealiseerd? Het betekent immers dat er veel huizen moeten worden afgebroken en dat nieuwe bebouwing moet worden opgetrokken op de superdijken. Wat in Edogawa City een “winstpunt” was, was dat het om veel huizen van hout ging beneden zeeniveau. Hierdoor was het niet zo moeilijk om aan de bewoners uit te leggen dat hun huizen erg kwetsbaar waren voor brand en overstroming. Via bewonersavonden en veldexcursies, maar misschien ook doordat Japanners minder snel dan Nederlanders in het geweer komen tegen overheidsbeslissingen, konden de plannen snel doorgaan. De superdijken zijn op sommige plekken aangelegd, op andere plekken wordt er aan gewerkt.
Het landschap is hierdoor grondig veranderd. In plaats van verspreidde laagbouw is er nu veel groen en op enkele plekken geconcentreerde hoogbouw. Totale kosten: 17,5 miljard euro. Nobuyuki Tsuchiya en de stadsbestuurders gaan er van uit dat Edogawa City voor toekomstige generaties veilig is door de gekozen aanpak. “En dat is onze verantwoordelijkheid van nu.”
Overeenkomsten
De vraag of we dit ook in Nederland kunnen doen, ligt voor de hand. De Nederlandse referent Christine Oude Veldhuis van het NIROV wees op de vele overeenkomsten en verschillen in de Japanse en Nederlandse situatie. Duidelijk is dat in de “Japanse oplossing” water en ruimtelijke ordening een sterke verbondenheid hebben en dat die werelden in Nederland voornamelijk gescheiden optrekken. “Ook de strijd tussen verschillende overheden over bijvoorbeeld het bestaansrecht of herstructurering helpt hierbij niet. Verder zijn procedures hier tamelijk gecompliceerd. Niettemin bevat de aanpak in Edogawa City erg interessante aanknopingspunten en ik pleit dan ook voor een trip naar Japan.”
Martin Skillbäck uit Zweden gaf een presentatie over de ontwikkeling van een grote stadsvernieuwingswijk aan het water in Stockholm, een enigszins verrommelde wijk met oude fabrieken en bedrijvigheid. In een periode van tien jaar is dat veranderd in een gebied met flatgebouwen op verhoogde gronden waar in totaal 125.000 mensen wonen. Voor die aanpak was een samenhangende visie over stedelijke ontwikkeling nodig, een goed opgetuigde organisatie voor integrale planning en een milieuprogramma. Zo is er gedacht aan energiebesparing, is er een light rail aangelegd en is de ferry gratis. Bij dit alles hebben overheid en private investeerders samengewerkt. Volgens Skillbäck kost dat wel meer tijd, maar het uiteindelijke resultaat maakt dat wel weer goed. |
|
Klimaathoofdstad
|
Powerpointpresentaties
De powerpointpresentaties van het congres zijn nu hier te downloaden.