26-04-2010
Net als in 2009 heeft Waternetwerk net voor de start van het zwemseizoen een zwemwatersymposium georganiseerd voor geïnteresseerden. Vele waterschappen, Provincies, RWS-directies, adviesbureaus en andere geïnteresseerden waren aanwezig. 87 personen in totaal. Nadat de dagvoorzitter (Martin de Haan) de aftrap heeft gegeven, gaf Sybrand Landman namens VROM de inleiding met een korte beschrijvingen van de veranderingen voor het badseizoen 2010. Vervolgens lichtte Jan Hylkema van Recreatie Noord-Holland de zwemwaterproblematiek in Noord-Holland toe.
Hierna zijn in drie simultane sessies zes onderwerpen aan de orde gekomen, waarbij de bezoekers steeds konden kiezen tussen twee onderwerpen.
Voorspellingsmodellen en meetfrequentie
Paul van der Wielen van KWR en Michiel Bil van Provincie Zeeland hebben deze sessie begeleid.
Uit gezondheidsoverwegingen zou je veel moeten weten om de burgers zo goed mogelijk te informeren, maar dat kost ook erg veel geld. De pieken zijn kortstondig en er moet dus precies op het juiste moment gemeten worden om ze aan te tonen. Er is dan ook vastgesteld da iedereen zich ten minste moet houden aan de minimale meetfrequentie van 6 keer per jaar. Er zijn echter locatiespecifieke omstandigheden (bekende historische aanleiding voor overschrijdingen) en tijdspecifieke omstandigheden (bijvoorbeeld na een heftige regenbui als er een overstort niet ver van de zwemlocatie is) dan kan er meer gemeten worden. De voorspellingsmodellen kunnen gebruikt worden om bepaalde overschrijdingen te gaan voorspellen. Er is een proef gedaan bij Katwijk en die geeft best goede resultaten en in Amerika en Schotland zijn deze modellen al algemeen geaccepteerd. Het opstellen van zo'n model per locatie kost ook geld, dus de hele discussie bestond uit afwegingen tussen kosten, gezondheidsrisico's en goed kunnen informeren.
Handreiking Fysieke veiligheid zwemmers
Bart-Jan Vreman van DHV en Jerry van Druten van Provincie Overijssel hebben deze sessie begeleid.
De Handreiking is opgesteld zodat provincies voor aanvang van ieder zwemseizoen voor elke zwemwaterlocatie op een gestandaardiseerde wijze kunnen vaststellen of deze voldoet aan de veiligheideisen. Aandacht is besteed aan verschillende typen zwemwaterlocaties (kustwater, stromend water, stilstand water) en aan diverse veiligheidsaspecten. Vervolgens is ingegaan op toepassing van de Handreiking door de Provincie Overijssel. Daaruit bleek dat de Handreiking goed toepasbaar is, maar dat twee aspecten aanvullend aandacht behoeven: toezicht op de zwemmers (óók op niet-kustlocaties) en de maximaal toelaatbare taludhelling. Gezamenlijk werd vastgesteld 100% veiligheid niet bestaat, dat niet alles kan worden gecontroleerd en dat zwemmers ook een eigen verantwoordelijkheid hebben. Goede voorlichting naar de burgers is een verantwoordelijkheid van de Provincie en van de beheerder.
Blauwalgen te lijf met waterstofperoxide
Hans Matthijs van de Universiteit van Amsterdam, Bart Reeze van Arcadis en Jeroen Meeuse van waterschap Hunze en Maas hebben deze sessie gehouden. Waterstofperoxide werkt blauwalgenspecifiek. Groenalgen en ander organismen lijken er geen last van te hebben, de toegepaste concentratie is ook heel erg laag. Op een aantal locaties zijn proeven gedaan waarbij de blauwalgen en tal van andere mogelijk effecten op het watersysteem uitgebreid zijn onderzocht (chemisch en biologisch). Het waterschap is enthousiast en de proeven wijzen uit dat de maatregel in ieder geval tijdelijk werkt.
Zwemwater en natuur, is dat combineerbaar
Gert van Ee van Hollands Noorderkwartier en Martin de Haan van DHV hebben deze sessie begeleid. De aanwezigheid van met name vogels kan leiden tot een slechtere zwemwaterkwaliteit door te hoge concentraties fecale bacteriën, door blauwalgen of door zwemmersjeuk. Uit de discussie bleek dat bij het zoeken naar oplossingen onderscheid moet worden gemaakt tussen locaties met een primaire zwemfunctie en locaties in natuurgebieden. Locaties met een primaire zwemwaterfunctie moeten bij voorkeur zo worden ingericht dat vogels de locatie zullen mijden. Waar dit niet mogelijk is kan het verplaatsen van vogels en eieren schudden zorgen voor minder problemen door vogels. In Natura2000 gebieden en dan met name de geïsoleerde binnenwateren moeten geen zwemwaterfunctie worden aangewezen. Vogels hebben in die gebieden meestal een beschermde status en mogen dus niet worden verstoord.
Het analyseren van blauwalgen
De sessie is gehouden door Hans Ruiter van de Waterdienst, Bart Wullings van KWR en Edwin Kardinaal van DHV. Het nieuwe protocol is gericht op tellingen van cellen en er zijn meerdere toegestane technieken. Een nieuwe techniek is QPCR: dit is een zeer veelbelovende methode, want QPCR is snel, goedkoop, accuraat, soortspecifiek en lijkt dan ook heel erg geschikt voor de toekomst. Momenteel is de QCPR nog niet grootschalig toepasbaar voor de blauwalgenproblematiek, er wordt nog wat meer onderzoek naar gedaan. Door de zaal wordt tevens aangegeven dat de screening op E.Coli en Intestinale enterococcen met deze methode zeer wenselijk is (snelle resultaten, dus snelle reactie op evt sluiting én openstelling zwemwater).
Zwemwaterprofielen
Monique van Veen van Grontmij en Frans de Bles van waterschap Vallei en Eem hebben deze sessie gehouden. De Europese Zwemwaterrichtlijn verplicht lidstaten tot het opstellen van zwemwaterprofielen. Opgemerkt werd dat het grootste gedeelte van de zwemwaterprofielen in Nederland is uitbesteed, terwijl de gebiedskennis die nodig is om ze op te stellen vooral bij de waterbeheerders zelf aanwezig is. Dit werd door aanwezige beheerders niet als probleem ervaren, zolang zij de regie in handen houden. Cruciaal is dat het zwemwaterprofiel zonodig als opmaat moet worden beschouwd voor het formuleren en uitvoeren van maatregelen ter verbetering van de zwemwaterkwaliteit. Ten slotte werd opgemerkt dat de profielen dikwijls als naslagwerken worden gebruikt voor waterschappen en provincies (inspectie/handhaving).
Het was een geslaagde dag met een zeer goede opkomst. In de sessies was het de bedoeling om gezamenlijk te discussiëren over de onderwerpen i.p.v. naar een presentatie te luisteren en dat is goed gelukt. In de meeste sessies ontstond al snel ene leuk discussie die voor veel bezoekers een hebben verduidelijkt. De dag werd afgesloten met een korte terugkoppeling van de belangrijkste punten (waar dit een uitgeschreven versie van is) en een borrel.
Voor meer informatie: