09-02-2009 - Jean-Luc de Kok en Arjen Hoekstra
De ontwerphoogte van een primaire dijk wordt in Nederland bepaald door de waterhoogte die hoort bij een in de wet gestelde overstromingskans plus een extra waakhoogte van 0,5 meter. Voor rivierdijken wordt een overstromingskans van eens in de 1.250 jaar toegepast om de ontwerpwaterstanden te bepalen.
Het probleem van deze strategie is dat deze gebaseerd is op aannamen met betrekking tot de onzekere kansverdelingen voor de piekafvoeren. Deze onzekerheid is groot, omdat de meetreeksen beperkt zijn tot 100 jaar en de natuurlijke variabiliteit verandert door klimaatverandering. Hoewel de kansverdelingen regelmatig worden aangepast voor de nieuwe afvoergegevens, is de aard van de statistiek zodanig dat de respons op een verandering of trend pas kan plaatsvinden lang nadat de verandering heeft plaatsgevonden. Wij vergelijken hier de effectiviteit van de probabilistische strategie voor dijkontwerp met een andere strategie, die van de 'zelflerende dijk'. De dijkhoogte wordt hierbij gehandhaafd op een niveau dat gelijk is aan de hoogste waargenomen waterstand tot dan toe plus een veiligheidsmarge.
De twee strategieën worden vergeleken op basis van de overstromingsveiligheid over een gesimuleerde, toekomstige periode van 100 jaar. Het peilstation Lobith langs de rivier de Rijn dient daarbij als voorbeeld. De resultaten wijzen erop dat de zelflerende dijk zowel onder de huidige omstandigheden als bij klimaatverandering beter is dan de probabilistische dijk in termen van veiligheid en kosten.
Vul onderstaand formulier in om uw deze pagina per e-mail naar uw kennis of collega te sturen.