05-02-2009 - Holger Cremer, Frans Bunnik, Timme Donders en Heleen Koolmees
Voor het opstellen van maatlatten in het licht van de Kaderrichtlijn Water is het noodzakelijk om natuurlijke referentietoestanden van meren te bepalen. Voor dit doel kan een analoog worden gezocht in een natuurlijk systeem in het buitenland of een historisch referentiekader. Uitermate geschikt hiervoor is paleo-ecologisch onderzoek aan de hand van sedimentkernen uit diepe meren. In Nederland wordt dit grotendeels nog niet benut.
In dit artikel wordt een voorbeeld gegeven van onderzoek aan een diepe boring uit het Haarsteegse Wiel in Noord-Brabant, waarmee de milieugeschiedenis van dit meer sinds 1740 is gereconstrueerd. Diatomeeënonderzoek en de toepassing van een op kiezelalgen gebaseerd model voor het gehalte totaalfosfor toont aan dat het wiel vóór 1920 grotendeels in een mesotrofe toestand verkeerde en pas na deze tijd geleidelijk eutrofiëerde.
Een vegetatiereconstructie vanaf 1740 tot heden laat bovendien duidelijk de ontwikkeling van het landschap in de omgeving van het meer zien. Deze blijkt intrinsiek verbonden met de veranderingen in waterkwaliteit.
Vul onderstaand formulier in om uw deze pagina per e-mail naar uw kennis of collega te sturen.